24.03  Denken over cultuur: van begrip naar structuur
Door Prof. Barend van Heusden, hoogleraar Cultuur en Cognitie, in het bijzonder met betrekking tot de Kunsten, opleiding Kunsten, Cultuur en Media, aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Aandachtsgebieden in zijn onderwijs en onderzoek  zijn: cultuurtheorie, cultuur en cognitie, kunst en cognitie, kunst- en cultuuronderwijs. Van 2009 tot 2014 leidde hij het project Cultuur in de Spiegel: naar een doorlopende leerlijn cultuuronderwijs.

​​

Denken over cultuur: van begrip naar structuur

Het denken over cultuur is tot op heden voornamelijk conceptueel geweest: cultuur is een begrip.

 

De betekenis van een begrip wordt bepaald door een netwerk (het ‘woordenboek’ of discours) van andere begrippen waarin het zijn plaats krijgt. Deze netwerken van begrippen werpen we uit over de werkelijkheid.

 

Hoewel wetenschap niet zonder begrippen kan, onderzoekt zij die niet. Begrippen zijn de ladder die de wetenschap nodig heeft om de werkelijkheid te bereiken, maar die ladder wordt uiteindelijk achtergelaten (het beeld van de ladder, dat ik aan Wittgenstein ontleen, is niet zo gelukkig omdat het suggereert dat de werkelijkheid zich ergens boven ons bevindt, terwijl het eerder zo is dat we in de wetenschap naar beneden, naar de bodem onder onze voeten terugkeren). Als je begrippen ‘om- of terugbuigt’ naar de waarneming, en je gaat met die abstracte begrippen de werkelijkheid observeren, dan vind je structuren.

 

Die structuren hebben wel de abstractie van het begrip, maar je kunt ze waarnemen, en als zodanig zijn ze dus juist niet talig, niet conceptueel. Inzicht in de structuur van de werkelijkheid stelt ons in staat die werkelijkheid, in ieder geval ten dele, te verklaren en te voorspellen, en te manipuleren (technologie).

In het geval van cultuur houdt dit in dat een wetenschap van cultuur onderzoekt of het begrip cultuur ons in staat stelt een structuur, of structuren, te ontdekken. Onder invloed van de cognitiewetenschappen begint men nu voorzichtig belangstelling te krijgen voor de structuur van cultuur. Dit houdt wel in dat de traditionele, vaak filosofisch en historisch georiënteerde cultuurbeschouwing zich moet gaan verhouden tot wetenschappelijk, theoretisch en empirisch cultuuronderzoek. Dit zorgt voor de nodige spanningen. Ik wil de context van deze ontwikkeling schetsen en ingaan op de gevolgen ervan voor de geesteswetenschappen en het cultuuronderwijs.

B. van Heusden pasfoto.jpg