De verlichting als kraamkamer, door Jabik Veenbaas   09.09.2014

Hoe komt het toch dat we altijd weer teruggrijpen op de Verlichting wanneer we zoeken naar de kernwaarden van onze cultuur? Wanneer begon die Verlichting nou eigenlijk? Wat gebeurde er in die periode? Waarom was het zo'n spectaculaire en dynamische tijd?

 

Jabik Veenbaas begint zijn boek “de Verlichting als kraamkamer”met een gedicht van rond 1990 van de Poolse dichter Czeslaw Milosz. Deze dichter verwoordt een landschap in Californië, waar de mens aanvankelijk afwezig lijkt, dan -aan het eind van het gedicht- gedesillusioneerd ten tonele verschijnt. De laatste 2 regels van het gedicht gaan als volgt:

“ik beschrijf dit omdat ik niet meer in de filosofie geloof. En de zichtbare wereld alles is wat ervan overblijft’.  

Veenbaas schrijft diep geroerd te zijn door deze woorden.

 

De filosofie, waarvan men zich zoveel had voorgesteld, bleek een kat in de zak, omdat ze het wereldraadsel niet kon oplossen. De Verlichting leerde ons om onze toevlucht tot de aarde te zoeken.  

 

Het tijdperk van de Verlichting staat in het brandpunt van de politieke belangstelling, omdat het zich als vanzelf lijkt te verbinden met dragende ideeën van de westerse samenleving, met de democratie, de rechtstaat en de vrijheid van spreken.

Steeds wanneer deze dragende ideeën van de westerse samenleving onder druk komen te staan (bv door dreigende islamistische terreur), keren we terug naar de tijd dat deze ontstonden.

 

Toch geeft dit tijdperk ook steeds weer aanleiding tot debat.  Er zijn groeperingen die menen dat ze in de geest van de Verlichting opereren wanneer ze aandringen op strengere regels voor de islam (bv. het verbieden van hoofddoekjes) maar er zijn ook groeperingen die zich op de Verlichting beroepen wanneer ze pleiten voor meer verdraagzaamheid tegenover de islam.

 

De Verlichting is het hete hangijzer van onze westerse cultuur. Iedereen die zich over die cultuur wil uitspreken moet zijn positie tegenover dit tijdperk bepalen.

Het grootste misverstand over de Verlichting (aldus Jabik Veenbaas in zijn boek) is de gedachte dat het tijdperk de rede verheerlijkt en als gevolg daarvan zeer trots en zelfverzekerd is.

 

Jabik Veenbaas zal ons laten zien dat volgens hem de Verlichting niet het tijdperk was dat de menselijke rede verheerlijkte, maar juist een periode waarin deze werd onttroond. Hij toont in zijn boek de angst van de achttiende eeuw voor de ethische en spirituele leegte: een angst die wij hebben geërfd.

Jabik Veenbaas, studeerde Wijsbegeerte, Engels en Fries en vertaalde tal van filosofische boeken.

Hij is werkzaam als schrijver en vertaler. In augustus 2013 publiceerde hij 'De Verlichting als kraamkamer,' een toegankelijk boek over de hoofdthema's en de betekenis van het Verlichtingstijdperk. Het boek stond op de shortlist van de Socrates Wisselbeker 2014. Verder publiceerde hij essays en artikelen over filosofische en literaire onderwerpen in bladen als Filosofie Magazine, Trouw en Tirade. Hij vertaalde onder meer werk van Jürgen Habermas en Roger Scruton. Samen met Willem Visser vertaalde hij ook de drie Kritieken en de Prolegomena van Immanuel Kant.