Jezelf begrijpen.
Door Marjan Slob, filosoof, essayist en columnist Volkskrant.

 

Hoe kan een mens zichzelf en zijn wonderlijke plek in de natuur begrijpen? Aan het begin van de eenentwintigste eeuw komt het antwoord vooral van hersenwetenschappers. Leg proefpersonen in de hersenscanner en laat ze puzzelen, praten, bidden en zelfs vrijen. Houd daarbij scherp in de gaten welke hersengebiedjes oplichten, en je weet hoe mensen in elkaar zitten. Dat is het beeld dat het grote publiek heeft van hersenwetenschap. Ook al presenteren de onderzoekers hun werk zelf anders, toch spinnen ze garen bij het valse aura van objectieve, harde, echte wetenschap.

Marjan Slob belicht het programma en de werkwijze van hersenwetenschappen. Ze laat zien wat daar opwindend aan is, ook voor filosofen. Maar ze laat ook zien waar hersenwetenschappers stuiten op de grenzen van hun kunnen – soms zelfs zonder dat ze dat zelf in de gaten lijken te hebben. Op die manier verbindt zij een bespreking van hersenwetenschap met wijsgerige antropologie en wetenschapsfilosofie. Met als kern steeds weer die drang om jezelf te begrijpen.

 

Marjan Slob is zelfstandig filosoof. Zij is essayist, en columnist en recensent voor de Volkskrant. Haar laatste boek heet Hersenbeest: filosoferen over het brein en de menselijke geest (Lemniscaat, 2016). Eerdere boeken van haar hand zijn Foute fantasieën: kleine filosofie van de ontvankelijkheid (2007), Angstaanjagend en groots (2013) en Mensenrechten in beweging (2014).