Voorbij de gemeenschap en terug: Levinas en Nancy over menselijke co-existentie door Chantal Bax op 06.10.2015

Wie de hedendaagse wereld door de lens van het thema gemeenschap bekijkt, kan een interessante tegenstelling waarnemen. Enerzijds hebben de processen die we aanduiden met de term ‘globalisering’ de grenzen tussen mensen en groepen mensen vervaagd, maar dit heeft anderzijds geenszins in alle opzichten tot een harmonieuze ‘global village’ geleid. Het dagelijks nieuws biedt voldoende voorbeelden waarin het onderscheid tussen ‘wij’ en ‘zij’ nog altijd pijnlijk actueel is.

 

Dit doet de vraag rijzen welke waarde we heden ten dage nog aan het begrip gemeenschap moeten hechten. Is het een achterhaald idee geworden dat sowieso alleen maar voor problemen zorgt? Of is het nog steeds relevant, en is het vooral zaak een hernieuwde uitleg te geven aan het feit dat de mens altijd al sociaal gesitueerd is?

 

In haar bijdrage aan het filosofisch café zal Chantal Bax ingaan op deze vragen aan de hand twee filosofen die twee tegengestelde perspectieven op het thema gemeenschap bieden, namelijk Emmanuel Levinas en Jean-Luc Nancy.

Levinas staat vooral bekend als de denker van de Ander, maar zijn werk kan ook gelezen worden als een poging om te breken met het idee dat de mens altijd al deel uitmaakt van een bepaalde gemeenschap. We kunnen volgens Levinas immers alleen recht doen aan de ander door hem als een uniek persoon te zien die bijvoorbeeld niet gereduceerd kan worden tot zijn lidmaatschap van een bepaalde etnische of religieuze groep. Levinas probeert menselijke (co-)existentie voorbij elke gemeenschappelijke horizon te denken.

Zijn poging is echter niet geheel onproblematisch. Uit bepaalde delen van Levinas’ oeuvre blijkt dat hij zelf niet in staat is geweest om te breken met zijn sociaal-culturele achtergrond en de door hem bepleite uniciteit niet aan alle individuen toekende; vrouwen en Palestijnen lijken daar bijvoorbeeld niet voor in aanmerking te komen. Hieruit blijkt dat men niet zomaar breekt met elke vorm van gemeenschapsdenken, en dat er radicaal mee willen breken zelfs niet zonder gevaren is: het kan bestaande scheidslijnen ongewild versterken.

 

Om deze reden is het interessant ook het perspectief van Jean-Luc Nancy te bestuderen, die niet zozeer voorbij het begrip gemeenschap wil gaan als het van binnenuit van een nieuwe uitleg wil voorzien. Volgens Nancy is het niet gemeenschappelijkheid als zodanig maar slechts een bepaalde interpretatie van deze notie die tot co-existentiële misstanden leidt. Het idee dat collectieven geen enkele diversiteit of verandering verdragen, ondermijnt zichzelf echter. Zoals Nancy betoogt verwijst de term gemeenschap nooit naar een bepaalde homogene en statische entiteit, maar vormt het de structuur van het leven en het zijn zelf. Wij zijn altijd al gemeenschappelijk, en dat maakt dat elke sociale scheidslijn bevraagd kan worden. Geeft Nancy daarmee een meer fortuinlijke uitleg van menselijke co-existentie dan Levinas?  

Chantal Bax promoveerde aan de Universiteit van Amsterdam en is momenteel als onderzoeker verbonden aan de Faculteit Filosofie van de Radboud Universiteit Nijmegen. Haar proefschrift over Wittgensteins wijsgerige antropologie is in een handelseditie uitgegeven door Continuum en werd bekroond met de studieprijs van de Stichting Praemium Erasmianum. Na een post-doc van twee jaar in de Verenigde Staten werkt zij momenteel aan een project over het begrip gemeenschap in het werk van Levinas en Nancy, waarvoor zij een Veni subsidie van NWO ontving.