Schopenhauer over de vrijheid van de wil.
Door Timon Meynen.



Veel mensen denken dat onze wil vrij is omdat we ons bewust kunnen zijn van onszelf. In 1838 schreef de Noorse Academie van Wetenschappen een prijsvraag uit over de kwestie: ‘Kan de vrijheid van de menselijke wil uit het zelfbewustzijn worden bewezen?’ Het (bekroonde) antwoord van de toen nog volkomen onbekende Duitse filosoof Arthur Schopenhauer (1788–1860) luidde dat dat niet het geval is en wel omdat de vrijheid van de wil een illusie is, bedacht om een theologisch probleem op te lossen. Want hoe kan een almachtige Schepper een wezen creëren dat tot slechte dingen in staat is?
Schopenhauer betoogt dat juist omdat het ‘ware wezen van de mens’ zijn wil is, en daarmee de basis van zijn bewustzijn, ‘de vraag of hij ook anders zou kunnen willen gelijk staat aan de vraag of hij ook een ander zou kunnen zijn dan hijzelf is’. Dat betekent overigens niet dat Schopenhauer een filosofisch fundament levert voor hedendaagse uitspraken over de onvrijheid van de mens die is overgeleverd aan de grillen van zijn brein. Want op een ander niveau is de wil wel degelijk vrij ‘maar dan alleen “op zich” en aan gene zijde van de verschijning’.

Drs. Timon Meynen studeerde wijsbegeerte en ook grondslagen en geschiedenis van de psychologie in Groningen. Daarna was hij werkzaam aan de universiteiten van Utrecht en Rotterdam. Hij deed onder meer onderzoek naar de wijsgerig antropologische aspecten van depersonalisatie (vervreemding van jezelf).
Momenteel begeleidt hij in zijn Filosofische Praktijk Faidros particulieren en organisaties bij bezinning (www.faidros.nl). Daarnaast is hij vertaler en tekstredacteur van boeken op het gebied van o.a. psychologie, psychotherapie en levenskunst. Tevens is hij een van de vaste auteurs van de Filosofie Kalender en de Psychologie Kalender.

In november 2016 verzorgde Timon Meynen een zeer succesvolle cursus over de filosofie van

Irvin D. Yalom bij Philos.