Het kwaad: banaal of radicaal? Hans Achterhuis op 17.11.2015
 

Hannah Arendt is onder andere bekend geworden omdat ze de uitdrukking ‘de banaliteit van het kwaad’ bedacht. Dit deed ze naar aanleiding van het proces van Adolf Eichmann in 1961, de nazi-functionaris die verantwoordelijk was voor de logistiek van de aanvoer naar de vernietigingskampen. Arendt had verwacht om in Jeruzalem een monsterlijke crimineel te zien. In plaats daarvan ontwaarde ze  een ambtelijk ingesteld burgermannetje. Het grote kwaad waar hij verantwoordelijk voor was, werd er hierdoor volgens haar overigens niet minder om.

 

Deze visie van Arendt op de banaliteit van het kwaad was van meet af aan hevig omstreden.

 

In zijn lezing onderzoekt Hans Achterhuis wat Arendt nu precies bedoelde met haar leus. Geldt deze alleen voor functionarissen als Eichmann, die vanuit de afstand waarin ze opereren schijnbaar schone handen hebben? Mag je in algemene zin het kwaad als banaal typeren? Slachtoffers ervan en hun verwanten kunnen er ook nu nog razend over worden wanneer dit gebeurt.

 

Vaak wordt vergeten dat Arendt in een eerder boek over de concentratiekampen de visie van Kant over ‘het radicale kwaad’ overnam.  Hoe verhoudt dit zich tot het banale kwaad? Kunnen beide typeringen naast elkaar bestaan?

 

Bij de bespreking van dit soort vragen, zal ook gezocht worden naar actuele voorbeelden van radicaal en/of banaal kwaad. 

Hans Achterhuis (1942) is emeritus hoogleraar Wijsbegeerte aan de Universiteit Twente. Hij is bekend als publieke intellectueel die zich regelmatig mengt in maatschappelijke discussies. De nadruk in zijn werk ligt op de sociale filosofie, waarbij hij zich heeft gericht op thema’s als ontwikkelingshulp, welzijnswerk, schaarste en technologie. Eind 2008 verscheen zijn magnum opus Met alle geweld. Zijn recentste boek is De utopie van de vrije markt uit 2010.

Hans Achterhuis behoort tot ‘de twaalf grootste denkers van Nederland’ (Vrij Nederland) en ‘de denkers die ons wereldbeeld veranderden’ (NRC Handelsblad). De markt van welzijn en geluk (1979) is een van ‘de grote boeken van de twintigste eeuw’ (uitgave Gemeentebibliotheek Utrecht). Het rijk van de schaarste (1988) werd door Bart Tromp uitgeroepen tot het beste boek van dat jaar.

In april 2011 werd Achterhuis voor twee jaar benoemd tot 'Denker des vaderlands'.