19.01. Van nature goed? Door Gerard Numan, filosoof en manager ITC


De voordracht in Philos gaat over mens en moraliteit bezien vanuit de kennis van andere
levende wezens die soms moreel gedrag of gedrag vergelijkbaar met moreel gedrag vertonen. Welk licht werpt dit op de vraag waarop de menselijke moraliteit is gebaseerd? Wat zegt dit over de moraliteit van die wezens, wat zegt dit over de mens en wat zegt dat over moraliteit? Kunnen dieren goed zijn? Zijn mensen van nature
goed? Is er zoiets als een exclusief menselijke moraliteit?
 
De aanleiding voor deze lezing is het werk van Frans de Waal, een gedragsbioloog.

“Chimpanseepolitiek”, “Een tijd voor empathie”, “De bonobo en de tien geboden” en “van Nature Goed” zijn maar enkele titels uit zijn oeuvre waarin De Waal de grenzen tussen biologie, psychologie, sociologie, ethiek en wijsgerige antropologie oversteekt en vanuit ethische bespiegelingen interessante dingen over dieren en vanuit biologische inzichten weer interessante dingen over mensen en moraliteit zegt. De inzichten van Frans de Waal worden geplaatst tegenover het gedachtegoed van ethici zoals Martha Nussbaum en Immanuel Kant die de unieke menselijke bestaanswijze en moraliteit benadrukken en verdedigen.
 
Elke lezing (maar ook elk boek) heeft een aantal punten, boodschappen, zaken die het publiek worden mee gegeven. Gerard Numan geeft U alvast zijn boodschappen:


1.    In “hogere” gedrag is het onderliggende lagere gedrag terug te vinden. Zo zit in onze romantische liefde nog steeds ouderzorg en zit in onze dagelijkse gesprekken of het chatten op internet, de basale aangeslotenheid die zich uit in vlooien. Chatten en liefde vallen niet samen met de onderliggende vermogens, ze zijn er echter niet zonder te denken. Onderliggende vermogens zijn steeds noodzakelijke voorwaarden, geen voldoende voorwaarden: hogere vormen van gedrag volgen niet noodzakelijk uit onderste lagen, maar komen voort uit competitie, mutaties, wisselwerkingen tussen vermogens, tussen levende wezens onderling en tussen levende wezens en hun omgeving.


2.    Moraliteit is gebaseerd op een aantal basale dierlijke emoties, vermogens en gedrag, zoals ouderzorg, situatieduiding, emotionele aanstekelijkheid en samenwerken.


3.    Hierop zijn hogere vormen van sociaal intelligent gedrag gebaseerd, zoals wederkerigheid, alliantievorming, individuele binding en empathie.


4.    Menselijke moraliteit begint pas waar de hogere vormen van sociaal intelligent gedrag zich vormen tot gemeenschapszin, arbitergedrag, rechtvaardigheidsgevoel, verontwaardiging, wraak, schuld en cognitieve empathie.


5.    Verbeelding is de drijvende kracht achter morele ontwikkeling. Verbeelding wordt zelf weer geprikkeld door andere vermogens, zoals aandacht voor de ander of taal. Zo heeft menselijke moraliteit een extra verbeeldingsdimensie gekregen door taal. Hierdoor begrijpen mensen de wereld, tijd, zichzelf en anderen in grotere verbanden. Zo hebben wij een idee van ons levensverhaal, onze afkomst, levenspartners, vriendschappen, identiteiten zoals 'man', 'vrouw', Nederlander, Europeaan, mens, socialist en babyboomer.

 

Gerard Numan is in 1995 afgestudeerd in de filosofie. Zijn belangstelling gaat uit naar hermeneutiek of interpretatieleer; realiteit en virtualiteit: processen, sub processen, tekens en dingen; hoge cultuur, lage cultuur, populaire cultuur en globale cultuur en esthetica.  

 

Hij geeft regelmatig cursussen en lezingen over diverse onderwerpen in de filosofie.

 

Zie ook www.gerardnuman.nl.