24.05 ‘Wat is God. Filosofen en schrijvers op zoek’, door Ton de Kok, geesteswetenschapper en docent Godsdienstfilosofie. Over de geschiedenis van het Godsidee.
 

Niet ‘Wie is God’ maar ‘Wat is God’. Filosofen, schrijvers en dichters hebben zich 2500 jaar lang in dat mysterie verdiept. Gebaseerd op vele filosofen en schrijvers deelt Ton de Kok de door hem gevonden wijsheid van de rede, de kracht van de atheïst en de schoonheid van de mystiek.

Niet Wie is God, maar Wat is God. Vijfentwintighonderd jaar lang hebben filosofen, schrijvers en dichters zich in dat mysterie verdiept. De mens schiep God naar zijn beeld. En verbond de naam GOD met wat hij niet verklaren kon. Waarom is er iets en niet niets? Ton de Kok geeft een inleiding over de geschiedenis van het Godsidee.

Ton de Kok ging daarvoor te rade bij 31 filosofen en 9 schrijvers.  Voor Thales van Milete (circa 624-545 v. Chr.) was God alles wat begin noch einde heeft, gesymboliseerd door een cirkel, inclusief het heelal, dat uit eeuwige materie bestond. Xenophanes maakte er een eeuw later een bol van, één waarvan het middelpunt overal is en de omtrek nergens. Een pantheïst dus, die als vroege voorloper van Spinoza kan worden beschouwd. Democritus (460-370 v. Chr.) was zijn tijd ver vooruit met de gedachte dat de kosmos wordt aangestuurd door onwrikbare natuurwetten. Alles was voor hem materie, zelfs de ziel. Toeval sloot hij uit. God kwam in zijn kraam niet te pas.

Lucretius (98-55 v. Chr.) - net als Spinoza ooit tot 'hogepriester der godloochenaars' uitgeroepen - was voor Calvijn 'een varken', omdat hij het hiernamaals verwierp en als een vroege Richard Dawkins de invloed van het geloof op de mens als 'misdadig' hekelde. Godsdienst, zei hij, is 'gebrek aan inzicht in de schepping'.  

Ton de Kok maakt u deelgenoot van de door hem gevonden wijsheid van de rede, de kracht van de atheist, en de schoonheid van de diepzinnigheid van de mystiek.

Ton de Kok is gepromoveerd geesteswetenschapper en werkzaam als docent godsdienstfilosofie op een middelbare school in Amsterdam. In zijn arbeidzame leven was hij marinier, slavist en Kamerlid voor het CDA.