26.03 Over feiten en alternatieve feiten.

Door Trudy Dehue, emeritus hoogleraar 'theorie en geschiedenis van de psychologie' en schrijfster.

 Meten, tellen, rekenen en (hersen)scannen kunnen van groot belang zijn in de wetenschap, maar ze zijn onvermijdelijk ingebed in ontwerpen, indelen, definiëren, beslissen en interpreteren. Wie armoede onderzoekt, moet eerst een definitie van armoede kiezen en vervolgens meetmethoden afleiden uit deze definitie. Wie autisme in de hersenscanner onderzoekt, hanteert een definitie van autisme om proefpersonen mee te selecteren. En wie een antidepressivum test op een knaagdier of een mens, moet bepalen wat telt als een (niet langer) depressief knaagdier of mens. Betekent dit dat er voor elk wetenschappelijk feit een alternatief feit denkbaar is? Is de uitslag van deugdelijk onderzoek 'ook maar een mening'?

 

Trudy Dehue is emeritus hoogleraar 'theorie en geschiedenis van de psychologie' aan de Rijksuniversiteit Groningen, en schrijfster van geprezen en veelgelezen boeken als  De depressie-epidemie (2008) en Betere mensen (2014). Ze brak weloverwogen met de universitaire traditie dat je primair schrijft voor directe vakgenoten, omdat ze met bredere kringen van denkende mensen in gesprek wil kunnen over wat wetenschappelijk onderzoek wel en niet vermag.