12.09 Spinoza als boegbeeld van de moderniteit: enkele kanttekeningen door
Piet Steenbakkers.

Spinoza wordt tegenwoordig alom beschouwd als grondlegger en boegbeeld van de moderniteit. Dat roept belangrijke vragen op, want wat is moderniteit eigenlijk? En zijn de onderscheidende kenmerken daarvan inderdaad te herleiden tot Spinoza? Waarop is dat moderne imago van Spinoza (militant atheïst, radicaal democraat) precies gebaseerd?

 

Door het werk van Jonathan Israel geldt de Nederlandse filosoof Spinoza nu bij een groot publiek als grondlegger van de verlichting en daarmee tevens van de moderniteit. De vele publicaties van Jonathan Israel over de Radicale Verlichting, waaronder een monumentale trilogie, hebben de afgelopen decennia een ongekende invloed gehad. Onder vakgenoten is ontzag voor Israels onstuitbare productiviteit en waardering voor zijn grote eruditie, maar er zijn ook bedenkingen. Zo wordt zijn benadering wel gekarakteriseerd als ‘Whig history’ – de geschiedenis gezien als de succesvolle opmars van de vooruitgang.

Het onderzoek van Piet Steenbakkers heeft veel raakvlakken met dat van Israel, waardoor hij zich in de loop der jaren een oordeel heeft gevormd over de centrale thesen van Jonathan Israel. In een publicatie waar Steenbakker met Henk Nellen aan werkt, schetst Steenbakkers de complexe samenhang van verlichting, moderniteit en secularisatie. In deze Philos-lezing op 12-09 komen daarvan enkele thema’s aan de orde.

Het eerste is historiografisch: wat is moderniteit, en hoe bepaal je de aard en de grenzen daarvan? Het tweede betreft de ideeëngeschiedenis: klopt het dat het pakket van waarden dat Israel beschouwt als definiërend voor de moderniteit te herleiden is tot Spinoza’s denken? En hoe stel je zoiets als het doorwerken van ideeën (en waarden) eigenlijk vast? Het derde thema, ten slotte, is methodologisch: Israels bewijsvoering berust primair op de felle bestrijding van Spinoza als de ultieme aartsketter en atheïst. De opvatting van de bestrijders dat hier de bijl aan de wortel van alle godsdiensten wordt gelegd, deelt hij dus, maar dan omgeduid in positieve zin, namelijk als de oorspronkelijke en zuiverste vorm van de radicale verlichting. Beide duidingen leveren een vertekend beeld op.

Kan geconcludeerd worden dat een begrip als ‘modern’ nuttig is als ordeningsprincipe, maar dat het ontstaan van de moderniteit als historische periode zich niet eenduidig laat herleiden tot de ideeën van Spinoza?

Piet Steenbakkers studeerde Engels en wijsbegeerte in Groningen. Hij werkte als filosofiedocent in het HBO, en was als onderzoeker verbonden aan de vakgroep Grieks en Latijn van de RUG. In 1994 promoveerde hij op Spinoza’s Ethica from Manuscript to Print. Vanaf 1993 tot zijn pensionering in 2016 doceerde hij geschiedenis van de nieuwere wijsbegeerte aan de Universiteit Utrecht. Daarnaast bekleedde hij van 2004 tot 2016 aan de Erasmus Universiteit Rotterdam de bijzondere leerstoel Spinoza-studies vanwege de Vereniging Het Spinozahuis. Hij is nog actief betrokken bij verschillende onderzoeksprojecten, o.a. Spinoza’s Web . www.spinozaweb.org

Zie ook www.uu.nl/medewerkers/PMLSteenbakkers.